Branddriehoek en deurprocedure

Branddriehoek
De laatste keer hebben we het gehad over de oorzaken van brand.
Om echter een brand te laten ontstaan moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Brand is een chemische reactie en om die reactie aan de gang te krijgen hebben we drie bestanddelen nodig. Je kent ze vast al:
– Brandstof
– Zuurstof
– Voldoende hoge temperatuur
We kunnen ze zelfs in een driehoek zetten waarmee de verbinding van deze bestandsdelen ook duidelijk wordt.

driehoek

Zonder één van deze bestanddelen kan geen brand ontstaan.
De meeste blusmiddelen zijn dan ook gebaseerd op deze branddriehoek. Haal je een zijde weg, dan dooft de brand. Water is een blusmiddel dat zowel koelt, dus de temperatuur naar beneden brengt en zelfs in veel gevallen de zuurstof verdringt. Want door water op een heet object te spuiten ontstaat stoom (waterdamp) en verdringt de zuurstof.
De blusdeken zorgt ervoor dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen. Die haalt dus ook een zijde van de branddriehoek weg en “blust” de brand.

Deurprocedure
Maar wat nu als je in een groot gebouw aanwezig bent en er klinkt verderop een alarm? Jouw eigen veiligheid staat voorop en je weet dat het zaak is om via een veilige route weg te komen. In alle openbare gebouwen is een verplichte aanwijzing aangebracht voor de nooduitgang. Maar wellicht moet je nog door kamers of andere ruimten heen? Wat is dan een goede manier om deuren te openen zonder de kans te lopen op een grote steekvlam?
Er is namelijk kans dat er een smeulende brand in een ruimte achter de deur is. Die kon zich niet goed ontwikkelen omdat er te weinig zuurstof is. Doordat jij de deur opent is er ineens een toestroom van verse zuurstof met een explosieve reactie van de brand. Zelfs brandweerlieden zijn beducht voor dit fenomeen dat backdraft, een door zuurstoftekort gesmoorde brand heet.

Hiervoor kennen we de deurprocedure. En heeft als belangrijke functie dat jij niet door de steekvlam wordt getroffen en ook de deur weer snel kan sluiten.

  • Je vermoed brand achter een gesloten deur:
    – Houd rug hand dicht bij deur/deurklink
    – Warm? Deur dichthouden en actie:
    – Uitbreiding brand voorkomen
    – Blijf zelf in veilig gebied
    – Waarschuw omgeving/vraag om hulp
    – Bel 112
    – Houd eventueel deur nat met brandslanghaspel
  • Procedure bij koude deur
    – Voel deur en klink: met de rug van je hand
    – Waar zitten de scharnieren?
    Scharnieren zichtbaar? Dit is een naar je toedraaiende deur
    – Kniel achter de deur
    – Eén voet dwars tegen deur, kan nu niet verder open
    – Open met hoofd afgewend
    Scharnieren niet zichtbaar? Dit is een afdraaiende deur
    – Ga gehurkt achter muur naast deurklink zitten
    – Open de deur een klein stukje, sluit deur snel indien nodig. Brand?
    Steekvlam is altijd aan de bovenkant!

Verder is het zaak om thuis en op het werk, kantoren en bedrijven, zoveel mogelijk met elkaar te oefenen. Zorg dat er bekendheid met procedures en communicatie is. Vaak zal bij een flinke brand de stroom uitgeschakeld zijn en is het de vraag of telefoons nog werken. Voor bedrijven is het een aanbeveling om op basis van hun risico inventarisatie een BHV plan en team te ontwikkelen.

De volgende keer vertellen we iets over de risico inventarisatie, de wetgeving en hoe vaak er een BHV herhalingsopleiding gegeven moet worden. Vanzelfsprekend zijn wij steeds bereid vragen over hulpverlening en veiligheid te beantwoorden.

Brandoorzaken

In deze blog gaan we verder over brand. Zoals vorige blog al geschetst, is een brand een ingrijpende gebeurtenis. Er is vrijwel altijd aanzienlijke schade.
Slachtoffers met brandwonden worden geconfronteerd met lange revalidatie en verminkingen.
Alle reden om in het bedrijf, maar ook thuis aandacht te schenken aan brandpreventie en vluchtwegen.

In bedrijven en bij organisaties kennen we vanuit artikel 15 van de arbeidsomstandighedenwet al de verplichting tot opgeleide medewerkers binnen de BHV organisatie. Thuis ligt dat anders en zou veel vaker goede voorlichting gegeven kunnen worden. Vorige maand informeerden wij je al over de oefeningen die je met de gezinsleden kunt houden en het maken van duidelijke afspraken.

Zowel binnen bedrijven als thuis geldt, “waar rook is, zijn geen BHV’ers of gezinsleden”. Zorg bij een brand dat je snel ontruimt. Blussen kan alleen bij een beginnende brand. Een brand kan zich vliegensvlug uitbreiden, hou daar rekening mee.

Waardoor ontstaan de branden in woonhuizen?
In veel gevallen zien we dat dit voor een belangrijk deel ontstaat door elektrische apparatuur en ondeskundig gebruik of aanleg van de elektrische installatie. Om die reden gaan verzekeringsmaatschappijen vaker over tot het laten uitvoeren van inspecties aan de gas- en elektrische installatie. En wat zijn dan die veroorzakers?
Een berucht apparaat is de waterkoker. In dit apparaat zit een beveiliging (droogkook-beveiliging) die na verloop van tijd kan gaan weigeren. Als deze weigert, slaat het apparaat dus niet meer af als het droog kookt! Het resultaat is brand.
Apparaten die daarop lijken en overeenkomstige beveiligingen hebben zijn de koffiemachines en zelfs sommige keukenmachines (beveiliging tegen oververhitting). Verwijder daarom altijd na gebruik de stekker uit de wandcontactdoos. Een simpele handeling die veel ellende kan voorkomen.

Laders van telefoons die niet aangesloten zijn op de mobiele telefoon maar wel in het stopcontact zitten nemen vermogen op en worden warm. Als er niet voldoende ventilatie is kan de warmte te hoog worden met als resultaat brand. Verwijder daarom laders uit het stopcontact nadat het apparaat is opgeladen.
Een ander voorbeeld zijn laptops en tablets worden vaak op de bank in de woonkamer onder lading gezet. Regelmatig zijn hierdoor de ventilatieopeningen van de laptops geblokkeerd waardoor deze te heet worden en brand kunnen veroorzaken.

In veel gevallen ontstaat brand door overbelasting van snoeren en kabels. Deze kunnen heel warm worden en liggen vaak onder vloerkleden, zodat we er niet over struikelen. Of ze worden weggemoffeld omdat we het niet zo’n mooi gezicht vinden. Berucht zijn de stekkerdozen die tijdens Kerst worden doorgelinkt om alle kerstverlichting van spanning te voorzien.  Hiervoor geldt; altijd maar één stekkerdoos op 1 stopcontact. Dus niet doorlussen (stekkerdoos in stekkerdoos)! Doorlussen vergroot het brandgevaar aanzienlijk!

We kennen nog een apparaat dat vaak nog verscholen op zolders staat. De wasdroger. Na verloop van tijd hoopt er stof op rond het verwarmingselement. Hierdoor kan er steeds minder lucht langs het element en ontstaat oververhitting. Het stof vliegt in de brand en ontsteekt de omgeving. Maak tenminste éénmaal per half jaar de droger schoon. Meestal kan men eenvoudig met de stofzuiger bij de openingen komen en het meeste stof verwijderen.

En als laatste, vlam in de pan. Als hierop adequaat wordt gereageerd kan de schade zeer beperkt blijven. De belangrijkste regels: Ga NOOIT met water in de pan blussen. Door de hitte is er vrijwel meteen stoomvorming en de stoom neemt het brandend vet mee. Het gevolg is een metershoge steekvlam die meteen de woning en de blussende persoon (en afzuigkanaal) in brand zetten.
Een vlam in de pan is eenvoudig te blussen met de deksel van die pan of een blusdeken.

Draai vervolgens het gas uit, zet de afzuigkap uit en bel de brandweer. Laat de pan staan, ga niet met de brandende pan lopen. Het gevolg is dat de vlammen op je af komen door de luchtverplaatsing en dat je de pan laat vallen met alle gevolgen van dien. De brandweer zal het afzuigkanaal inspecteren en eventuele vervolgactie ondernemen. Blijf alert, sluit ramen en deuren, ontruim de woning bij verdere rookontwikkeling in de keuken of woning. (en aangezien je rookmelders hebt word je hierop geattendeerd door het alarm. Toch?)

Volgende maand vertellen we wat over de branddriehoek en de deurprocedure is.

Heb je in de tussentijd vragen of wil je een ervaring delen? Maak gerust gebruik van de reactie mogelijkheid onder deze blog!

 

 

Brand!

Bij een brand in een woning is een vrouw omgekomen.
De brandweer werd rond vijf uur in de ochtend  gealarmeerd en ging naar de brandende woning. Daar stonden drie gezinsleden voor het huis. De moeder van het gezin bleek nog binnen te zijn en overleefde de brand niet. De drie andere gezinsleden zijn gewond naar het ziekenhuis gebracht. Een van hen is uit het raam gesprongen om aan de vlammen te ontkomen. Hoe het met de gewonden gaat is niet bekend. Bij de brand zijn ook huisdieren omgekomen.
Het vuur ontstond op de begane grond en heeft zich toen uitgebreid naar boven. De brandweer onderzoekt nog hoe het vuur is ontstaan.

We hopen natuurlijk dat je nooit een brand in je woning zal meemaken. Maar mocht het dan toch gebeuren, dan wil je bovenstaande tragedie natuurlijk voorkomen. Deze blog kan je hierbij helpen.

Vanzelfsprekend heb je rookmelders, toch?
Zo niet, schaf deze meteen aan, plaats deze (of nog beter, laat deze door een deskundige plaatsen) op de juiste strategische plekken in je woning.  Zorg dat de melders regelmatig worden gecontroleerd. Is de batterij nog vol?
Je wordt niet wakker als er brand is, voordat je goed en wel beseft wat er aan de hand is ben je al bewusteloos.

Wist je trouwens dat de rookmelders in de meeste gevallen pas na 15 seconden na het begin van de brand afgaan? Dan is er vaak al geen sprake meer van een beginnende brand en kun je het beste meteen het pand verlaten.

Als de melders afgaan, is het verstandig om iedereen naar buiten te sturen. Maar wat doe je nu met je gezin? Wie zorgt voor de ontsnapping van huisdieren en de kinderen? Wat is de beste vluchtroute in het huis?
Het is belangrijk om hierover na te denken en te gaan oefenen. Maak afspraken met elkaar; wie helpt de kinderen en wie neemt de huisdieren mee? Kan je de woning uit als er brand is bij de voordeur (waar ligt de sleutel van de achterdeur)?
Het is onverstandig om met meerdere personen je kind(eren) op te halen. Zaak is om zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk buiten te krijgen. En eenmaal buiten, ga dan niet meer naar binnen! Spreek bijvoorbeeld af dat één persoon je kind uit de slaapkamer haalt en de andere persoon zorgt dat de deur van het slot gaat.

Na ongeveer 30 seconden vanaf het begin van de brand ontstaan zeer giftige rookgassen. Na het inademen van deze gassen verlies je het bewustzijn na circa 3 ademteugen. Je adem inhouden is een mooie gedachte. Maar tijdens een brand in je woning sta je stijf van de adrenaline en dat zorgt voor een veel hogere ademhalingsfrequentie. Je bent kansloos!

Zorg voor kleine blusmiddelen in huis en laat deze jaarlijks controleren. Een blusdeken hoort bijvoorbeeld in iedere keuken.  Belangrijk om te weten is dat kleine blusmiddelen alleen kunnen worden gebruikt bij kleine beginnende branden.
Zijn er meerdere grote vlammen, verlies dan geen tijd en ontruim de woning meteen.

Door ontruimingen te oefenen leer je de routes kennen. Het makkelijkste is om overdag te oefenen, maar het is ook belangrijk om in het donker te oefenen. Vaak is bij een brand de elektriciteit uitgevallen en is er dus geen licht, of is de rookontwikkeling is zo groot dat je nauwelijks iets ziet. Bij het oefenen worden de kinderen natuurlijk ook betrokken, want zij moeten ook weten wat te doen bij brand.
Bij het verplaatsen kun je het beste laag bij de grond blijven, want daar zijn minder giftige stoffen.

Volgende maand vertellen we meer over oorzaken van brand en hoe die eenvoudig kunnen worden voorkomen.

 

 

Laat jij iemand stikken?

Iedereen kent het wel; je ergens in verslikken. Meestal gaat het goed, we hoesten en proesten wat, nemen een slokje water en gaan verder met waar we mee bezig waren. Dit ‘ongeval’ kan letterlijk overal voorkomen: thuis, op je werk, in een restaurant, echt overal!
Hoewel het vaak goed gaat, kan dit (bijna) alledaagse verschijnsel levensgevaarlijk zijn. Om dit goed uit te leggen, wil ik je eerst meenemen in een stukje anatomie en wat er gebeurd bij verslikking.

Een volwassen persoon haalt ongeveer 12 keer per minuut adem (bij kinderen ligt dit getal hoger) om ons lichaam te voorzien van zuurstof en koolstofdioxide af te voeren. Ons middenrif beweegt naar beneden, er ontstaat een onderdruk in de longen waardoor deze lucht naar binnen zuigen. Deze lucht gaat door onze keel naar onze luchtpijp, de luchtpijp heeft hoefijzervormige kraakbeenringen die zorgen voor stevigheid. De luchtpijp splitst zich in 2 hoofdtakken; één links en één rechts. De hoofdtakken vertakken zich ook weer en die takjes vertakken zich ook weer. Zo ontstaat een heel netwerk aan luchtwegvertakkingen. Uiteindelijk monden de kleinste takjes uit in longblaasjes waar onder andere de zuurstof uitwisseling plaatsvindt.
Als we slikken sluit het strotteklepje de luchtpijp af, zodat het voedsel/vocht in de slokdarm terecht komt en niet in de luchtpijp. Als hier iets mis gaat, en het voedsel/vocht in onze luchtpijp terecht komt, verslikken we ons.

Longen2

Nu zijn er een paar scenario’s wanneer dit gebeurd: we verslikken ons bijvoorbeeld in iets kleins of een klein beetje vocht. We beginnen dan te hoesten en te proesten. Dit is een reactie van het lichaam omdat er geen voedsel of vloeistof in de luchtpijp hoort te komen. Het lichaam probeert het zo uit de luchtpijp te werken. Wat doen we bij iemand die zich verslikt en goed kan hoesten? Helemaal niets! Het enige wat je doet is aansporen tot hoesten. Vaak zie je dat men op de rug begint te kloppen. Het gevaar hiervan is als volgt: als je net op de rug klopt, terwijl iemand een grote teug lucht inademt, kan het zijn dat je het voorwerp dieper in de luchtwegen brengt. Dan help je iemand niet, want dan maak je het erger. Zo lang iemand goed hoest (er gaat lucht in en lucht uit) en iemand misschien zelfs nog kan zeggen ‘het gaat wel, laat me maar even’, doe je niets, op aansporen tot hoesten na.

Het andere scenario is dat iemand zich verslikt en dat het voorwerp de luchtweg (bijna) volledig afsluit. Dat kan gebeuren met verslikken in een groot stuk vlees of brood. Het meest berucht zijn echter ronde dingen zoals cherrytomaatjes, druiven, knakworstjes, etc. Deze voorwerpen zijn mooi rond en zacht. Ze passen precies in de luchtpijp, vormen zich ernaar en door de kraakbeenringen komen ze hartstikke vast te zitten. Wanneer dit gebeurt, is iemand aan het stikken, dit is een levensbedreigende situatie! Er gaat geen of nauwelijks lucht in of uit, men kan niet meer praten, het hoesten is afwezig of is heel zwak, mensen lopen vaak rood (en daarna blauw) aan, grijpen naar de keel en de ogen staan wijd open. Op dit moment wordt het lichaam niet meer voorzien van zuurstof en wordt koolstofdioxide niet meer afgevoerd.
Wat kun je hieraan doen? Allereerst dien je te controleren of iemand zich echt heeft verslikt (ze kunnen niet praten, maar wel knikken). Hoe er rekening mee dat iemand in paniek kan zijn, deze slachtoffers hebben regelmatig de neiging om te vluchten.

Als eerste laat je 112 bellen! Geef aan dat iemand zich heeft verslikt en dat het slachtoffer niet kan ademen. Probeer iemand aan te sporen om te hoesten, kunnen ze echt niet hoesten, dan geef je 5 stoten tussen de schouderbladen. Je legt één hand tussen schouder en borstbeen om het slachtoffer vast te houden, laat het slachtoffer licht voorover buigen en geeft met je andere hand 5 felle stoten tussen de schouderbladen. Als het voorwerp eruit komt, stop je meteen met stoten. Komt het voorwerp er niet uit? Dan moeten er  5 buikstoten gegeven worden. Dit doe je door achter tegen het slachtoffer aan te gaan staan. Vervolgens sla je je armen om de middel heen, maak van 1 hand een vuist (duim in vuist) en leg de vuist met de pink op de navel van je slachtoffer. Je andere hand plaats je hierover heen. Ook nu laat je het slachtoffer ligt voorover buigen. Daarna trek je beide handen met een ruk schuin omhoog naar je toe. Je stopt direct zodra het voorwerp eruit komt. Komt het er niet uit? Blijf dan 5 stoten tussen de schouderbladen afwisselen met 5 buikstoten.

Als het voorwerp er niet uitkomt, zal het slachtoffer uiteindelijk het bewustzijn verliezen. Er moet dan overgegaan worden op reanimatie, check of 112 is gebeld!
Als je moet gaan reanimeren als gevolg van een verslikking worden er ook beademingen gegeven. Het kan zijn dat door de borstcompressies en verslapping het voorwerp alsnog los komt. Daarnaast loopt de rechter hoofdtak iets rechter als de linker hoofdtak. Soms heb je ‘mazzel’ en schiet het voorwerp door in de recht hoofdtak, de linker long is dan ‘vrij’.

Bij kinderen jonger dan 1 jaar worden er geen buikstoten gegeven, dan worden er 5 stoten met 2 vingers op het borstbeen gegeven.
Wanneer er buikstoten gegeven zijn, is het verstandig om het slachtoffer na te laten kijken door een arts. Als er buikstoten aan een kind zijn gegeven moet het kind door een arts gezien worden.

Wij zijn erg benieuwd naar jouw ervaringen. Heb je ooit hulp moeten verlenen bij een verslikking of heb je het misschien zelf meegemaakt?

Vlambooggevaar

 

Bij schakelhandelingen, het trekken van mespatronen en vervangen van zekeringen kunnen vlambogen ontstaan. Hierbij treden heel hoge temperaturen, wolken met opgedampte metalen en intense (licht) straling op. Deze ongewenste effecten kunnen grote schade aan de installatie en ernstige verwondingen veroorzaken.

Wanneer er geen specifieke maatregelen worden genomen ontstaan bij alle schakelhandelingen in de elektrotechnische installatie vlambogen. Zelfs het vonkje bij de lichtschakelaar thuis is een vlamboog! Bij de lichtschakelaar thuis, en normaal gebruik zal daar geen gevaar of schade door ontstaan. Het risico voor mens en dier is beperkt.

Voor Europese bedrijven en instellingen bestaat er geen expliciete verplichting om in het werk een analyse op de risico’s en het gevaar van vlambogen uit te voeren. In tegenstelling tot andere continenten en landen zijn werkgevers in Nederland echter wel volgens de ARBO-wet verplicht risico’s te inventariseren. Dit staat in de Arbo-wet artikel 5.  Een goede basis voor de analyse wordt geboden door de Nederlandse normen voor de bedrijfsvoering in elektrische installaties.

Sinds Mei 2015 is nu in de Nederlandse normen voor veilig werken met elektrotechniek, NEN3140 voor de laagspanning en NEN3840 voor hoogspanning, het vlambooggevaar opgenomen. Hiermee is de wens van vele veiligheidskundigen in vervulling gegaan. Dit biedt samen met de gehele norm een goede houvast tot veilige werkzaamheden en bedrijfsvoering in de elektrotechniek.

Eén van de preventieprincipes in de veiligheidskunde is het vereiste om veiligheidsprocedures aan technische vooruitgang en informatie aan te passen.  Door de uitbreiding van deze  NEN normen met de bijlage B5 voor vlambooggevaar kunnen risico beperkende maatregelen nog beter getoetst worden.